Twaalf punten voor de apotheker
Dat het tussen dokters en apothekers niet altijd botert, is bekend. Zou er sprake zijn van een minderwaardigheidscomplex? Terwijl Hind haar best deed op het songfestival gingen al mijn punten eergisteravond naar de apotheker.
Onderweg van mijn werk belt mijn vrouw. Een van mijn dochters heeft een dermate pijnlijke voet had, dat ze niet meer kan lopen. Eenmaal thuis blijkt de huid van de enkel flink ontstoken. De vermoedelijke schuldige is een bacterie die via een blaar op de hiel moet zijn binnengedrongen. Zo worden de nieuwe schoenen nog duurder dan ze al waren. Een gevalletje dokterspost. Voor het bellen de temperatuur opnemen, want met vier kinderen krijg je ervaring. Achtendertig graden en veertig minuten later kunnen we er terecht.
De huisarts bevestigt het vermoeden. Dat wordt een kuurtje. Het grote geneesmiddelenboek gaat open en de dokter bladert. ‘Kan ze een pilletje slikken?’ Dat lukt een zesjarig wel. ‘Hoe zwaar is ze?’ Geen idee, is er geen weegschaal? ‘Nee’, schudt de dokter en bladert verder. Dan slaat ze aan het rekenen. Op basis van haar leeftijd gaat ze uit van dertig kilo. Dat is ze zeker, bevestig ik. Het rekenen duurt zorgwekkend lang. Dan rolt een recept voor amoxicilline en clavulaanzuur uit de printer. De opmerking dat ‘de apotheker wel zal bellen’, begrijp ik niet. We wensen elkaar een prettige avond en ik til mijn dochter naar de inpandige apotheek.
Voor het recept is uitgegaan van dertig kilo en de arts wilde niet te laag zitten, zeg ik voor de zekerheid bij de apotheek. ‘We zullen eens kijken’, antwoordt de apotheker terwijl ze een weegschaal aanreikt. Balancerend op één been blijkt mijn dochter 24 kilo. Oeps, denk ik en stel mij allerlei vreselijke gevolgen voor van een overdosering.
De apotheker belt de huisarts voor overleg. Dat gaat via de centrale, dus ze krijgt eerst de baliemedewerker tegenover haar aan de telefoon. Ik kan beide verstaan. Dat zijn nog eens korte lijnen. In overleg verandert de apotheker de dosering van 5 naar 6 ml. Omhoog, verbaas ik me? ‘Ja’, glimlacht de apotheker. Ze kijkt nog een keer in haar naslagwerk en besluit op eigen gezag dat het 7 milliliter moet worden. ‘Dan klopt het precies.’ Ik geloof haar op haar woord.
Evert Pronk
Onderweg van mijn werk belt mijn vrouw. Een van mijn dochters heeft een dermate pijnlijke voet had, dat ze niet meer kan lopen. Eenmaal thuis blijkt de huid van de enkel flink ontstoken. De vermoedelijke schuldige is een bacterie die via een blaar op de hiel moet zijn binnengedrongen. Zo worden de nieuwe schoenen nog duurder dan ze al waren. Een gevalletje dokterspost. Voor het bellen de temperatuur opnemen, want met vier kinderen krijg je ervaring. Achtendertig graden en veertig minuten later kunnen we er terecht.
De huisarts bevestigt het vermoeden. Dat wordt een kuurtje. Het grote geneesmiddelenboek gaat open en de dokter bladert. ‘Kan ze een pilletje slikken?’ Dat lukt een zesjarig wel. ‘Hoe zwaar is ze?’ Geen idee, is er geen weegschaal? ‘Nee’, schudt de dokter en bladert verder. Dan slaat ze aan het rekenen. Op basis van haar leeftijd gaat ze uit van dertig kilo. Dat is ze zeker, bevestig ik. Het rekenen duurt zorgwekkend lang. Dan rolt een recept voor amoxicilline en clavulaanzuur uit de printer. De opmerking dat ‘de apotheker wel zal bellen’, begrijp ik niet. We wensen elkaar een prettige avond en ik til mijn dochter naar de inpandige apotheek.
Voor het recept is uitgegaan van dertig kilo en de arts wilde niet te laag zitten, zeg ik voor de zekerheid bij de apotheek. ‘We zullen eens kijken’, antwoordt de apotheker terwijl ze een weegschaal aanreikt. Balancerend op één been blijkt mijn dochter 24 kilo. Oeps, denk ik en stel mij allerlei vreselijke gevolgen voor van een overdosering.
De apotheker belt de huisarts voor overleg. Dat gaat via de centrale, dus ze krijgt eerst de baliemedewerker tegenover haar aan de telefoon. Ik kan beide verstaan. Dat zijn nog eens korte lijnen. In overleg verandert de apotheker de dosering van 5 naar 6 ml. Omhoog, verbaas ik me? ‘Ja’, glimlacht de apotheker. Ze kijkt nog een keer in haar naslagwerk en besluit op eigen gezag dat het 7 milliliter moet worden. ‘Dan klopt het precies.’ Ik geloof haar op haar woord.
Evert Pronk

1 reacties:
Die zoeken we op!
Het FT-kompas zegt:
Oraal: kinderen van 2–12 jaar (13–37 kg lichaamsgewicht): 20/5 mg of 30/7,5 mg per kg lichaamsgewicht per 24 uur in 3 doses.
Uitgerekend op de amoxiciline (clavulaanzuur geeft zelfde getallen):
20mg x 24kilo / 3 doseringen / 25 mg/ml (sterkte drankje) = 6,4 ml.
30mg (idem)= 9,6 ml.
Een reactie plaatsen
<< Startpagina