Ongeveer 168 000 jongeren krijgen een arbeidsongeschiktheidsuitkering volgens de regeling die Wajong heet, en hun aantal is snel groeiende. Een nieuw WAO-drama lijkt zich aan te dienen, de minister van Sociale Zaken wil dan ook in mei of juni met voorstellen komen om de wassende aantallen te keren.
Vooralsnog heeft de toestroom in de regeling iets mysterieus. Je hoort wel dat artsen lankmoediger stoornissen als vormen van autisme of als ADHD zouden aanmerken of dat ze zulke stoornissen eerder ontdekken. Maar dat kan de groei bij lange na niet verklaren.
Het is waarschijnlijk een complex van factoren: sommige jongeren hebben inderdaad een psychische stoornis (sterker 80 procent van alle Wajongers krijgt in ieder geval dat ‘etiket’), anderen, misschien velen, hebben een betrekkelijk laag IQ en komen op de werkvloer ‘niet mee’. Bovendien is de Wajong (zonder hier op de details in te gaan) minder streng dan andere regelingen en daarmee een aantrekkelijke dumpplaats voor ‘moeilijke gevallen’. Ziedaar de overeenkomst met de tragische WAO-geschiedenis.
Laten verzekeringsartsen dit zomaar gebeuren?
In een degelijk stuk in Elsevier van afgelopen week, zegt een van hen: ‘Vaak denk ik: deze jongen zou best voor 50 tot 75 procent van het minimumloon kunnen werken. Dat dit niet gebeurt komt door het rare alles-of-niets-principe van de Wajong.’ Er zit dus ook nog een weeffout in de wet: bedoeld is namelijk dat jongeren zonder hulp tot tenminste 75 procent van het minimumloon moeten kunnen verdienen. Lukt ze dat niet, dan zijn ze volledig arbeidsongeschikt.
Over hoeveel grijs gebied beschikken de professionals die verzekeringsartsen per slot van rekening ook zijn?
Waar kunnen ze zelf actief bijdragen aan het tegengaan van het idiote perspectief dat er straks honderdduizenden jongeren in die uitkering zitten?
Zie voor alle relevante informatie: www.elsevier.nl/nieuws/nederland/artikel/asp/artnr/200888/index.html
Henk Maassen
Labels: verzekeringsartsen, wajong