vrijdag 25 april 2008

Eize Wielinga over doperwten


Verpleegkundigen uit het Tilburgse Tweestedenziekenhuis scannen patienten voor ze een geneesmiddel toedienen. Een waarborg voor het juiste middel aan de juiste patient. Medisch Contact schreef erover in de special met Nursing: zie hier het artikel.

Het Avro programma Missers maakte ook een item over deze scannende verpleegkundigen. (rond 12 minuut 30)

Pannellid Eize Wielinga was sceptisch:
'Een blik doperwten had tien jaar geleden al een streepjescode bij de supermarkt. Wij gaan heel trots verkondigen dat we in 2008 de ICT hebben binnen gehaald, maar je ziet de streepjescode terug van de supermarkt. Zonder zuur te willen doen, hartstikke goed, maar we hebben natuurlijk een enorme achterstand.'

Dit doet mij denken aan een opmerking van Chris Flim die ik gisteren sprak. Waarom nemen dokters nieuwe technische snufjes meteen over, maar gaat de ICT zo langzaam?

Heleen Croonen

Labels: , ,

donderdag 24 april 2008

Tip: Medgadget

Japanners hebben een robot ontwikkeld, die de hersenen kan aansturen. Ze zijn nu op zoek naar vrijwilligers die het zaakje in het hoofd geimplanteerd wil hebben.

Veel meer medische gadgets staan dagelijks op dit prachtige weblog Medgadget.

Heleen Croonen

woensdag 23 april 2008

Zielig

Ongeveer eenderde van de vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten zou er momenteel de brui aan geven of overweegt dat. Oorzaak: per 1 januari declareert ook de GGZ volgens de DBC-systematiek. Voorzover ik kan nagaan hebben ze vier bezwaren tegen het voor hen nieuwe systeem. De eerste twee zijn oude bekenden.
Het eerste bezwaar: bij de psychiater kon je altijd je diepste gevoelens en gedachten uitspreken omdat je zeker wist dat het besprokene tussen vier muren bleef. Met de komst van de DBC’s is die geheimhouding niet meer gewaarborgd. Overigens denkt het College Bescherming Persoonsgegevens daar anders over.
Tweede bezwaar: het DBC-systeem is te bureaucratisch en vergt te veel administratieve belasting. En daarvoor zijn wij niet op aarde, zeggen de kritische psychiaters.
Bezwaar nummer drie: psychiaters krijgen pas uitbetaald als een DBC is afgesloten. Tja, en dat kan nogal lang duren bij de vrijgevestigde beroepsbeoefenaars, omdat sommigen nog heilig geloven in de heilzame werking van langdurige psychoanalytische sessies.
Dit laatste punt hangt nauw samen met het vierde en volgens mij belangrijkste bezwaar: de psychiaters die tegen het nieuwe systeem te hoop lopen, geloven dat lang niet alle vormen van ernstige en minder ernstige psychische ontreddering zijn te vangen in min of meer welomschreven DSM-diagnoses en dat daarom ook lang niet elke behandeling standaard kan zijn (en dus in een DBC is te codificeren).
Aldus openbaart zich een diepe tweespalt in de hedendaagse GGZ: niet in symptomen uit te drukken ontreddering bestaat eigenlijk niet meer in het moderne, op neurowetenschappelijke leest geschoeide psychiatrische universum. Voor problemen die samenhangen met betekenis- en zingeving, voor ‘existentiële crises’ die niet in DSM of andere ziektecategorieën te vangen zijn, is geen oog meer. Hier hebben de critici ontegenzeggelijk een punt. Het is alleen wel de vraag of je voor dergelijke crises een dokter nodig hebt.

Henk Maassen

Labels: , ,

dinsdag 22 april 2008

Pop quiz naar je eigen artikel

Onderzoekers keken naar een stapel van 250 documenten over Vioxx, de pijnstiller van Merck die uit de handel is gehaald vanwege het vaker optreden van hart- en vaatziekten. Het waren documenten voor publicaties in medische literatuur, maar ook documenten voor de rechtbank. Mensen in dienst van Merck bleken auteur te zijn van de documenten. Niet deze Merck-mensen stonden echter vermeld in de auteurslijst, maar gerennomeerde wetenschappers.

Medische tijdschriften moeten van auteurs betere informatie krijgen over wie de tekst nu eigenlijk heeft geschreven, vinden de onderzoekers in de JAMA. Voor de luie lezer: dit filmpje zet het in één minuut nog eens mooi op een rijtje.

Het is wel erg naief om te denken dat al die auteurs echt zelf achter de pc hebben zitten tikken. Iedereen weet dat zij baas, suikeroom of anderszins begunstigde zijn van auteur nummer 1. Verder heb ik van nummer 1 zelf ook niet altijd het idee dat die het basale handwerk heeft gedaan.
Het weblog Corante verwoordt het mooi: Scientific authorship is a messy business, true, and there are a lot of journal articles whose entire list of authors might have trouble with a pop quiz on the details of the paper.

Corante roept de industrie op om betrouwbaarder te zijn. De peer reviewed tijdschriften hebben zelf ook een taak om goede regels op te stellen. En de naleving? Overhoor alle auteurs van een artikel in een popquiz.

Heleen Croonen

Labels: ,

maandag 21 april 2008

Feest der herkenning


Zaterdagavond. Een van mijn vrienden viert zijn veertigste verjaardag. Met z'n achten zoeken we een goed restaurant op. In de geanimeerde gesprekken valt al snel de term 'ADHD'. Wat blijkt? Drie van de acht uit dit gezelschap hebben afgelopen jaar die diagnose te horen gekregen. Dat is 37,5 procent! Of liever vier van de negen (45 procent!) als we de vriendelijke ober meetellen die zich spontaan in het gesprek mengt met de opmerking 'Strattera, dat is echt geweldig!'
Ik zit toch even met mijn oren te flapperen. Dat het aantal voorschriften voor ADHD-medicatie al jaren stijgt, is bekend. Tussen 1997 en 2006 met maar liefst 632 procent. Maar dit slaat alles.
Al eerder heb ik me verbaasd over de almaar groeiende populariteit van ADHD-diagnostiek en -medicatie bij volwassenen. Ik meen dat er voldoende reden is voor scepsis bij deze trend. Want ga maar na: een objectieve test voor de kwaal bestaat niet. De diagnose vindt voornamelijk plaats op basis van zelfgerapporteerde herinneringen aan de kindertijd voor het zevende levensjaar. De voorgeschreven stimulantia vallen onder de opiumwet en je mag er niet zomaar de grens mee over. De mogelijke bijwerkingen zijn niet mals. De kwaliteit van het bewijs van werkzaamheid op de lange termijn laat bovendien te wensen over. Wordt hier door de dames en heren voorschijvers harde wetenschap bedreven, of is het voor hen toch wel handig dat er een label en een pilletje zijn voor mensen die door aandachtsproblemen in de knoei raken?
Al eerder wilde ik hierover in gesprek met 'mevrouw ADHD-bij-volwassenen in Nederland' Sandra Kooij. Toen zij vernam dat ik daarbij haar banden met de farmaceutische industrie niet onbesproken wilde laten, haakte zij af. Met kritische beschouwingen over het fenomeen hoef je bij psychiaters sowieso niet aan te komen. Een recente forumdiscussie over de diagnose 'ADHD bij volwassenen' kwam niet van de grond wegens een gebrek aan opponenten. Volgens het congresverslag is 'de strijd om de geloofwaardigheid van de diagnose ADHD een achterhoedegevecht geworden, waar collega's die hun literatuur bijhouden zich niet meer voor lenen.'
Dus moet ik het maar normaal vinden dat aan een willekeurige feestdis bijna de helft van de aanwezigen een DSM-IV geclassificeerde psychiatrische aandoening heeft die met pepmiddelen gekanaliseerd dient te worden? Kennelijk.

Robert Crommentuyn