vrijdag 9 mei 2008

Bloggende radioloog tipt

De bloggende radioloog Not Totally Rad tipt een lied van twee Canadese zangers Bowser and Blue. Het gaat over de colorectaal chirurg:

'Working were the sun don't shine'.



Heleen Croonen

Labels: ,

donderdag 8 mei 2008

Rood haar en huid

Heerlijk die zonnige dagen. Bij mij thuis betekent het wel dat de ochtend begint met een smeersessie met zonnebrand factor 50, zeker nu de kinderen vrij hebben. Ik ben drager van het gen voor rood haar, mijn vrouw is gezegend met twee niet afwijkende kopieën van het gen voor de melanocortine 1 receptor. Hoewel de kans hierop maar 12,5 procent was, hebben al mijn vier kinderen prachtig rood haar (ra ra wat klopt er niet en toch wel, onder de winnende reageerders verloot ik een bos bospeen).
Twee weken geleden waarschuwde dermatoloog en voorzitter van het huidfonds Martino Neumann dat huidkanker zo’n probleem is dat dermatologen nauwelijks toekomen aan andere ziektes. Zijn zeer rustige karakter ten spijt heeft een roodharig familielid zich nogal opgewonden over deze opmerking. Wat is het geval? Een aantal jaar geleden bleek dat zonnebrandcreme hem niet afdoende had beschermd. Een jaarlijkse behandeling met stikstof was nodig om de oppervlakkige basaalcelcarcinomen eronder te houden. Dit voorjaar verschenen er echter meer plekjes op zijn hoofd dan voorheen. De dermatoloog deelde de zorg. Maar niet gevreesd, de specialist had nu iets beters. Drie tot vier weken smeren met een zalfje en de plekjes zouden verdwijnen als sneeuw voor de zon. Een vervolgafspraak was niet nodig. Binnen drie minuten stond hij weer buiten.
Thuis ontdekte de patiënt dat fluorouracil in feite een chemokuur is. Dat had de dermatoloog ook wel even mogen zeggen (Hoezo WGBO?). En hoe lang moest hij nu smeren, drie of vier weken? Na drie weken toch maar een vervolgafspraak gemaakt.
Hoewel de afspraak om 9 uur was, arriveerde de dermatoloog pas om 10 uur. De normale gang van zaken, beweerde het ondersteundend personeel. Smeer nog maar een weekje, adviseerde de dermatoloog na een blik vanuit zijn stoel op de patiënt. Het consult was nog korter dan de vorige keer.
Toen ik aangaf zijn ervaringen wel op te willen schrijven, sputterde mijn familielid tegen. Hij maakte zich zorgen over de relatie met zijn dermatoloog. Nee, dat is er echt één om te koesteren (artsen zijn toch ook voor vrije artsenkeuze?). Daarom heb ik het hem maar niet verteld.

Evert Pronk

woensdag 7 mei 2008

Nuttig of flauwekul?

Soms sta je er niet bij stil waarover allemaal een congres kan worden gehouden: wiskunde, trillingen en luchtkwaliteit, vrijwilligersmanagement of over congressen organiseren. In de Verenigde Staten hebben ze ook een leuke: games for health.
Dezer dagen confereren honderden deelnemers in zestig sessies met 75 internationale sprekers over… spelletjes. Dat lijkt wat onnozel, maar toch heeft dit onderwerp heel veel dimensies. Men kan verslaafd raken aan computerspelen, maar gamers kunnen hun hand-oogcoördinatie aanzienlijk verbeteren. Gamen zet aan tot competitief gedrag, maar ook tot samenwerken. Computerspelen kunnen bovendien ingezet worden voor gedragsverandering, bijvoorbeeld een betere leefstijl.
Nee, wat zo in eerste instantie flauwekul lijkt, blijkt zomaar nuttig te zijn.

Ingrid Lutke Schipholt

dinsdag 6 mei 2008

Bevrijdingsdag en oversterfte

Het mooie weer en de bevrijdingsfestivals ten spijt was het zaaltje nabij het UMC-Utrecht goed gevuld. Het onderwerp van de bijeenkomst was de HSMR (Hospital Standardized Mortality Ratio), een maat voor de gecorrigeerde oversterfte in het ziekenhuis.
Later in Medisch Contact meer over deze bijeenkomst, maar hier alvast een voorproefje. De Inspectie voor de Gezondheidszorg wil dat de ziekenhuizen deze maat volgend jaar als prestatie-indicator gaan gebruiken. Negen ziekenhuizen doen momenteel ervaring op met de HSMR. Medisch Spectrum Twente is één van de ziekenhuizen en vindt het een onrijp instrument om als kwaliteitsindicator dienst te doen. In de Nederlandse HSMR wordt volgens hen onvoldoende gecorrigeerd voor de verschillen in patiëntenmix. (Zie Een onrijp instrument)
De geschiedenis lijkt zich te herhalen. ‘Het zijn het soort argumenten waarmee wij ook om ons heen sloegen’, zei Mike Browne, medisch directeur van het Walsall Manor Hospital in Engeland eerder tegen Medisch Contact (zie Mortaliteit als maat ). Browne was boos, heel boos, toen The Sunday Times op 14 januari 2001 in de Good Hospital Guide publiceerde dat ‘zijn’ ziekenhuis de hoogste mortaliteitscijfers van heel het land had. In plaats van blijven mokken ging Browne aan de slag. Inmiddels is de HSMR gezakt tot een eind beneden de 100 (zie BMJ-artikel ). Koudwatervrees dus.
De grondlegger van de HSMR Brian Jarman was met een aantal collega’s de zee overgestoken om aan de discussie deel te nemen. ‘Bij de invoering van de HSMR in Engeland kregen we van alle kanten kritiek. Elk kritiekpunt hebben we weerlegt of aangepakt.’
Dat had een pittige discussie kunnen worden. Helaas kwamen criticasters van de HSMR Herre Kingma (voorzitter raad van bestuur Medisch Spectrum Twente), en Marc Berg (partner van Plexus Medical Group) niet opdagen in Utrecht. Wat restte was een informatieve dag.
Geen van de ongeveer 40 aanwezige ziekenhuisbestuurders, patiëntveiligheidsspecialisten en praktiserend artsen wees de invoering van de HSMR af. Zij beseffen wat klinisch wetenschappers al lang weten: mortaliteit is wrang genoeg een "heerlijk" hard eindpunt. Het lijkt dan ook niet de vraag óf de HSMR wordt ingevoerd, maar wanneer de HSMR breed in Nederland zal worden gebruikt. Of zoals een van de sprekers het verwoorde met een verwijzing naar de datum: ‘Met de hulp van onze Engelse vrienden moet het lukken. Ze hebben ons eerder geholpen.’

Evert Pronk

Meer over de HSMR: