vrijdag 6 juni 2008

Stuitende traagheid


‘Vaak onnodige sectio bij stuitligging’, kopt persbureau ANP. Bron is een artikel in het NTVG dat deze week verscheen met de minder sexy kop: Minder keizersneden wegens stuitligging dankzij geprotocolleerde uitwendige versie in een speciaal spreekuur.

Vanwege de al lang durende discussie over de risico’s van stuitbevallingen versus sectio’s is mijn interesse gewekt. De studie stelt teleur. Door het adjectief ‘minder’ verwacht ik een vergelijkend onderzoek of op zijn minst een longitudinale studie. Het betreft een observationeel onderzoek met de data van de invoering van een versiespreekuur. Conclusie: de uitwendige versie lukt in 45 procent van de gevallen. En als de versie lukt, volgen er veel minder keizersneden dan wanneer het niet lukt. Over een open deur gesproken.


Bovendien was dit allemaal al bekend. In de literatuur zijn voor uitwendige versie succespercentages van 35 tot 86 procent beschreven. In de patiëntenfolder van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) uit 2006 staat dat versie gemiddeld in 40 procent van de gevallen lukt. Uit een door de auteurs aangehaalde Cochrane-review uit 2000 (!) blijkt dat versie het aantal sectio’s halveert.


De Eindhovense auteurs hebben een aanbeveling: ‘Iedere zwangere met een kind in stuitligging moet, bij afwezigheid van contra-indicaties, de mogelijkheid aangeboden krijgen van een versie door getrainde obstetrici (verloskundigen of gynaecologen) op een speciaal hiertoe ingericht poliklinisch versiespreekuur.’ Met deze aanbeveling is niets mis. Het onderzoek was echter niet nodig om hiertoe te komen. De literatuur bevat al lang meer dan genoeg evidence om de zorg aan vrouwen met een kind in stuitligging goed te organiseren.

Evert Pronk

donderdag 5 juni 2008

Debat achter debat

Achter de discussie over embryoselectie sluimert een groter en misschien nog wel ingrijpender debat. Dat vertrekt vanuit het gegeven dat de gezondheidszorg onmiskenbaar in de richting drijft van meer preventie. Die heroriëntatie vergt een mentale ommezwaai waartoe niet iedereen meteen in staat is.
Het Kamerlid Wiegman van de ChristenUnie zei deze week: ‘Gezondheid is belangrijk, maar moet niet overgewaardeerd worden", ( ze staat achter de uitspraak, want ze heeft hem op haar website gezet: www.esmewiegman.nl) Wat ze misschien bedoelt is dat lijden bij het leven hoort. Of de mens zuivert. Of zoiets. Er valt vast heel veel over te zeggen. Doe ik niet. Ik kies slechts dit citaat: ‘Ziekte, dood, ellende en problemen; ze worden al zorgend in de ogen gekeken. In plaats van ze als ruis uit de berekeningen te weren, als overtreding te bestraffen of als ongewenst van de hand te doen, wordt ermee geleefd én aan gedokterd. Zonder pseudohouvast: houvast is niet nodig.’
Hier worden naar mijn smaak drie dingen tegelijk beweerd: 1. er is lijden (geen nieuws zou ik zeggen), 2. doe er (zo mogelijk) wat aan en 3. laat je daarbij niet van de wijs brengen door (christelijke, seculiere of andere) ideologie.
Het citaat komt uit het prachtige De logica van het zorgen van filosofe Annemarie Mol. Zorgen is, zegt ze daarin, een kwestie van uitproberen ‘of deze of gene verandering een verbetering teweegbrengt’. Zorgen is praktisch, gaat over handelen, over doen. Dat zal voor menige professional een waarheid als een koe zijn. Maar dat is niet langer zo, want de tijd dat (elke vorm van) gezondheidszorg boven alle twijfel verheven was, is voorbij. Dat geldt ook, en misschien wel vooral voor zin en onzin van preventie.
Laten we het debat daarover zonder ideologische verblinding voeren. En laten vooral ook de dokters, en niet alleen filosofen, ethici en politici zich ermee bemoeien.

Henk Maassen

dinsdag 3 juni 2008

Opereren met weinig middelen

Dokter Sey Oyesola gebruikt low-tech middelen voor basis gezondheidszorg in Nigeria. Zie de mooie presentatie op Ted.com:

http://www.youtube.com/watch?v=8oVT8jg1R6s



Heleen Croonen

Labels:

maandag 2 juni 2008

Goed fout

Driekwart van de Duitse artsen was tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van Nazipartij NSDAP. Sommigen gingen vele stappen verder en maakten vuile handen. Nog meer anderen maakten zich hooguit schuldig aan opportunisme.
De Duitse internist Hans-Joachim Sewering (92) valt ergens tussen deze twee categorieën.
In 1933 sloot Sewering zich aan bij de SS en in 1934 werd hij lid van de NSDAP. In 1943 verwees hij als verantwoordelijk arts van een instelling voor geestelijk gehandicapten de 14-jarige Babette Fröwis naar ‘gezondheidscentrum’ Eglfing-Haar. Twee weken later was het meisje dood, een lot dat 300 andere gehandicapten in Eglfing-Haar ook trof.
Na de oorlog had de internist een bloeiende carriere als arts en als bestuurder. Hij schopte het tot voorzitter van de Beierse en van de Duitse Artsenkamer. Bijna werd hij voorzitter van de World Medical Association (WMA).
‘Van de praktijken in Eglfing-Haar heb ik nooit geweten’, zei Sewering toen de zaak-Fröwis begin jaren negentig alsnog voor de rechter kwam. Die geloofde hem op zijn woord en sprak hem vrij. Maar volgens collega-artsen en verpleegkundigen uit die tijd moet hij ervan geweten hebben. De zaak leverde hem een inreisverbod in de Verenigde Staten op en kostte hem het leiderschap van de WMA.
Je zou denken dat artsenclubs zo’n omstreden lid in de luwte houden. Niets is minder waar. In 1996 publiceerde de Duitse Artsenkrant een fraai laudatio wegens zijn 80-ste verjaardag. Geen woord over de oorlog. En in maart kreeg hij de hoogste onderscheiding van internistenvereniging BDI.
De Centrale Raad voor de Joden in Duitsland staat op de achterste benen. ‘Alleen al het SS-lidmaatschap maakt hem ongeschikt voor een onderscheiding.’ De BDI doet alsof haar neus bloedt: ‘Hij heeft de Günther-Budelmann-Medaille gekregen vanwege zijn verdiensten voor het vak.’
Ook na meer dan zestig jaar steken sommigen liever de kop in het zand.

Robert Crommentuyn

Labels: