Zielig
Ongeveer eenderde van de vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten zou er momenteel de brui aan geven of overweegt dat. Oorzaak: per 1 januari declareert ook de GGZ volgens de DBC-systematiek. Voorzover ik kan nagaan hebben ze vier bezwaren tegen het voor hen nieuwe systeem. De eerste twee zijn oude bekenden.
Het eerste bezwaar: bij de psychiater kon je altijd je diepste gevoelens en gedachten uitspreken omdat je zeker wist dat het besprokene tussen vier muren bleef. Met de komst van de DBC’s is die geheimhouding niet meer gewaarborgd. Overigens denkt het College Bescherming Persoonsgegevens daar anders over.
Tweede bezwaar: het DBC-systeem is te bureaucratisch en vergt te veel administratieve belasting. En daarvoor zijn wij niet op aarde, zeggen de kritische psychiaters.
Bezwaar nummer drie: psychiaters krijgen pas uitbetaald als een DBC is afgesloten. Tja, en dat kan nogal lang duren bij de vrijgevestigde beroepsbeoefenaars, omdat sommigen nog heilig geloven in de heilzame werking van langdurige psychoanalytische sessies.
Dit laatste punt hangt nauw samen met het vierde en volgens mij belangrijkste bezwaar: de psychiaters die tegen het nieuwe systeem te hoop lopen, geloven dat lang niet alle vormen van ernstige en minder ernstige psychische ontreddering zijn te vangen in min of meer welomschreven DSM-diagnoses en dat daarom ook lang niet elke behandeling standaard kan zijn (en dus in een DBC is te codificeren).
Aldus openbaart zich een diepe tweespalt in de hedendaagse GGZ: niet in symptomen uit te drukken ontreddering bestaat eigenlijk niet meer in het moderne, op neurowetenschappelijke leest geschoeide psychiatrische universum. Voor problemen die samenhangen met betekenis- en zingeving, voor ‘existentiële crises’ die niet in DSM of andere ziektecategorieën te vangen zijn, is geen oog meer. Hier hebben de critici ontegenzeggelijk een punt. Het is alleen wel de vraag of je voor dergelijke crises een dokter nodig hebt.
Henk Maassen
Het eerste bezwaar: bij de psychiater kon je altijd je diepste gevoelens en gedachten uitspreken omdat je zeker wist dat het besprokene tussen vier muren bleef. Met de komst van de DBC’s is die geheimhouding niet meer gewaarborgd. Overigens denkt het College Bescherming Persoonsgegevens daar anders over.
Tweede bezwaar: het DBC-systeem is te bureaucratisch en vergt te veel administratieve belasting. En daarvoor zijn wij niet op aarde, zeggen de kritische psychiaters.
Bezwaar nummer drie: psychiaters krijgen pas uitbetaald als een DBC is afgesloten. Tja, en dat kan nogal lang duren bij de vrijgevestigde beroepsbeoefenaars, omdat sommigen nog heilig geloven in de heilzame werking van langdurige psychoanalytische sessies.
Dit laatste punt hangt nauw samen met het vierde en volgens mij belangrijkste bezwaar: de psychiaters die tegen het nieuwe systeem te hoop lopen, geloven dat lang niet alle vormen van ernstige en minder ernstige psychische ontreddering zijn te vangen in min of meer welomschreven DSM-diagnoses en dat daarom ook lang niet elke behandeling standaard kan zijn (en dus in een DBC is te codificeren).
Aldus openbaart zich een diepe tweespalt in de hedendaagse GGZ: niet in symptomen uit te drukken ontreddering bestaat eigenlijk niet meer in het moderne, op neurowetenschappelijke leest geschoeide psychiatrische universum. Voor problemen die samenhangen met betekenis- en zingeving, voor ‘existentiële crises’ die niet in DSM of andere ziektecategorieën te vangen zijn, is geen oog meer. Hier hebben de critici ontegenzeggelijk een punt. Het is alleen wel de vraag of je voor dergelijke crises een dokter nodig hebt.
Henk Maassen
Labels: DBC, GGZ, psychiatrie
