maandag 2 juni 2008

Goed fout

Driekwart van de Duitse artsen was tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van Nazipartij NSDAP. Sommigen gingen vele stappen verder en maakten vuile handen. Nog meer anderen maakten zich hooguit schuldig aan opportunisme.
De Duitse internist Hans-Joachim Sewering (92) valt ergens tussen deze twee categorieën.
In 1933 sloot Sewering zich aan bij de SS en in 1934 werd hij lid van de NSDAP. In 1943 verwees hij als verantwoordelijk arts van een instelling voor geestelijk gehandicapten de 14-jarige Babette Fröwis naar ‘gezondheidscentrum’ Eglfing-Haar. Twee weken later was het meisje dood, een lot dat 300 andere gehandicapten in Eglfing-Haar ook trof.
Na de oorlog had de internist een bloeiende carriere als arts en als bestuurder. Hij schopte het tot voorzitter van de Beierse en van de Duitse Artsenkamer. Bijna werd hij voorzitter van de World Medical Association (WMA).
‘Van de praktijken in Eglfing-Haar heb ik nooit geweten’, zei Sewering toen de zaak-Fröwis begin jaren negentig alsnog voor de rechter kwam. Die geloofde hem op zijn woord en sprak hem vrij. Maar volgens collega-artsen en verpleegkundigen uit die tijd moet hij ervan geweten hebben. De zaak leverde hem een inreisverbod in de Verenigde Staten op en kostte hem het leiderschap van de WMA.
Je zou denken dat artsenclubs zo’n omstreden lid in de luwte houden. Niets is minder waar. In 1996 publiceerde de Duitse Artsenkrant een fraai laudatio wegens zijn 80-ste verjaardag. Geen woord over de oorlog. En in maart kreeg hij de hoogste onderscheiding van internistenvereniging BDI.
De Centrale Raad voor de Joden in Duitsland staat op de achterste benen. ‘Alleen al het SS-lidmaatschap maakt hem ongeschikt voor een onderscheiding.’ De BDI doet alsof haar neus bloedt: ‘Hij heeft de Günther-Budelmann-Medaille gekregen vanwege zijn verdiensten voor het vak.’
Ook na meer dan zestig jaar steken sommigen liever de kop in het zand.

Robert Crommentuyn

Labels:

woensdag 28 mei 2008

Hellend vlak?

Staatssecretaris Jet Bussemaker wil bij bepaalde vormen van erfelijke kanker embryoselectie toestaan. Een verstandig besluit, lijkt me. De klinisch genetici die PGD, dat is pre-implantatie diagnostiek, bedrijven zijn er klaar voor, zo begrijp ik uit de krant.
Maar ja, de eerste (christelijk bevlogen) ethici en politici hebben zich alweer gemeld en waarschuwen (en kennelijk gebeurt dat ook in de boezem van het kabinet) voor het bekende hellend vlak. Wie gisteravond de uitzending – kijk anders even op uitzendinggemist.nl – van Knevel en Van de Brink (of is het andersom…) heeft gezien, weet tot wat voor vervelende, tendentieuze en zuigende vragenstellerij dat kan leiden. Journalistiek doorvragen heet dat dan. Want ja, ‘waar ligt de grens?’, mevrouw de staatssecretaris. Nou, waar ligt-ie?
Kun je, vraagt bijvoorbeeld ook de bekende ethicus Jochemsen in Trouw van vanochtend, ‘embryo’s ook al teniet doen als iemand 25 procent kans heeft op Alzheimer?’
Nee, luidt het antwoord, dat kan niet, en – toegegeven - het zal best nog menige lastige vraag oproepen, zodra dat wel kan. Maar zover is het nog lang niet (laat de bekende geneticus die in het kabinet zetelt dat anders nog maar ’s uitleggen) en vooral: dat is hier het punt niet. Het punt is dat Bussemaker zich sterk maakt voor het tegengaan van een verwoestende ziekte: een vorm van borstkanker waarvan de draagsters van de genetische afwijking maar liefst 80 procent kans hebben dat die ook daadwerkelijk optreedt.
Voor die inzet verdient ze louter lof.

Henk Maassen

Labels: , , ,